Uitdaging 1

Uit Community of Talents

Ga naar: navigatie, zoeken

Business case:

De case voor Community of Talents is het verbeteren van het innovatieklimaat in Nederland en dwars door sectoren heen te innoveren.


Hoe maak je de tijdsinvestering acceptabel voor organisatoren van off-line bijeenkomsten.

De off-line bijeenkomsten van de Community of Talents worden als erg zinvol ervaren. Zowel uit de evaluatie van EIM van de Innovation lecture 2008 als uit onze eigen evaluatie van 1 juli 2009 blijkt dat mensen at-arms-length bij elkaar gebracht willen worden. De off-line bijeenkomsten vergroten de betrokkenheid on-line en vice versa. Het zg. netwerken leidt tot nieuwe combinaties, wat uiteindelijk hetgeen is wat met Innovatie 2.0 wordt beoogd. De organisatie van het event in de Caballero fabriek heeft alle betrokkenen veel tijd gekost. Dat kwam deels doordat het ambitieniveau hoog was en deels omdat we alles zelf wilden bedenken. Praktisch niemand kende Community of Talents bovendien, dus moesten we voor alles de boer op. Na afloop hebben we onszelf beloofd om in 2010 een KLM hangar te vullen met mensen met een passie voor innovatie. Bij dezelfde opkomstpercentages als in 2009 zou dat een bijeenkomst worden met ca. 750 - 1000 deelnemers. De organisatoren van de afgelopen keer hebben hun bedenkingen bij het tijdsbeslag dat zo’n grootschalige bijeenkomst vergt.


Door Harold van Garderen:

De problemen waar ik aan denk zijn de hardnekkige problemen van onze maatschappij. Ardo heeft er al een stel genoemd. Energietransitie, duurzaamheid van voedsel, files, maatschappelijk wantrouwen, integratie, etc, etc. Allemaal problemen die je met deeloplossingen niet wegkrijgt of zelfs eerder erger maakt.

Neem nu eens het fileprobleem. Dat los je niet op met meer asfalt en ook niet met thuiswerken en ook niet met meer kinderopvang, etc. Allemaal deeloplossingen. Wat je zou moeten doen is een hele rij (beperkte safe-fail) experimenten opzetten om te kijken wat de impact is, wat werkt en wat negatief uitwerkt.

Probleem daarbij is dat als de overheid iets wil proberen men meteen "duistere plannen vermoed" en als de scholen iets willen dan "mag het weer niet" en als de werkgever iets willen dan "moet het in de CAO geregeld worden" enz.

Kortom, je hebt een intermediaire functie nodig die experimenten kan uitzetten omdat de intermediair niet gebonden is aan de bestaande instituties maar er wel mee werkt. En de intermediair is ook "des volks" en dus benaderbaar/open/transparant/controleerbaar etc.

In andere woorden: de bestaande instituties zouden tezamen COT (in feite het volk, de crowd) kunnen inhuren om allereerst een aantal experimenten te bedenken voor een gezamenlijk ervaring probleem (bijv files, of werkloze gehandicapten, of .... zie rijtje ardo).

Een voorbeeld: een maand lang een verbod voor aannemers in Zuid Holland en Groningen om werk uit te voeren buiten een straal van 30 km rondom het woonadres van de medewerker. Zoiets moet je gewoon proberen alhoewel iedere aannemer tegen is, het volgens de wet w.s. niet kan of mag (omdat het alleen om Groningen en ZH gaat) en er enorme ellende wordt voorspeld door de deskundigen: mooi. dat is dus een goed idee om TOCH te doen.

In dat proces van bedenken mag iedereen meedoen en daarvoor moet inderdaad een afrekenmodel zijn. Bijv: ieder ingeleverd idee levert bijv 100 Euro op. Na selectie (waarvoor goede Sensemaking en Facilitatie-methoden bestaan) mag de indiener 5000 tot 25.000 Euro besteden aan het maken van een plan, etc. Dat inhuren gebeurd overigens vanuit bestaande budgetten van de instituties die allemaal een stukje daarvoor ombuigen. Het is dus geen nieuwe geld, maar herbogen geld. Voor deze fase is misschien 3 ton nodig + 30k voor COT. Gaap!

Zodra de experimenten helder zijn MOETEN ze worden gedaan, dat is de afspraak die vooraf is gemaakt!!!. Dat is in feite de kern van wat de instituties bij COT neerleggen, inclusief de verplichting vooraf om natuurlijk wel zelf meewerken en/of mensen leveren, etc. Die experimenten kosten al snel een ton of een miljoen, maar stel nu dat het er 10 zijn, dan praat je over experimentenportfolio's van ergens tussen de 5 en 10 miljoen. Gaat nergens over dus als je dat afzet tegen het "hardnekkige" probleem.

Bij 10% overheadkosten (de COT inkomsten) gaat het nog steeds nergens over, maar kan COT comfortabel draaien. Zolang dat transparant gaat en publiek controleerbaar lijkt het me geen probleem. Overschotten gaan terug naar de opdrachtgevers.

Het resultaat hiervan is dat (a) 10 of 20 experimenten zijn gedaan die zonder COT (lees draagvlak, open sourcing) niet zouden zijn bedacht danwel gedaan) en (b) dat van die 10 of 20 er 80% zijn mislukt maar ook 20% gelukt. Dat is een behoorlijk hoog percentage aan gevonden oplossingen waar je op voort kunt bouwen door te varieren op het thema. Ook daarvoor zijn goed managementmethodienken en faciltatiemethoden beschikbaar.

De opbrengsten voor COT zijn m.i. niet gerelateerd aan de bereikte besparingen of zoiets maar gewoon aan de omvang van de uitgegeven gelden. Het is geen manier om rijk te worden, maar om slim nuttig te zijn. Dat zou mij motiveren.

Zoiets?

Persoonlijke instellingen
Boek maken